• Mijn Geloofsreis

Is bekeren een opdracht?



"Hoe moet ik bekeerd worden?" Wellicht één van de meest levende vragen onder de christenen. Maar waarom? Wat maakt het zo complex. Is het de overlapping tussen zelf iets moeten doen, maar niets kunnen doen..? Is het de bijna onmogelijke waarheid dat er Iemand is die keer op keer onze zonden wil vergeven? Is het misschien doordat het makkelijker is dan wij zelf denken, maar we het onszelf moeilijk maken..?


Ik moet eerlijk zeggen dat het lastig is om op een vraag als dit te reageren: omdat ik er niet een “menselijk iets” van wil maken. In de Bijbel staat duidelijk de opdracht om ons te bekeren, oftewel: er wordt duidelijk gewezen op het feit dat bekering niet een geval van afwachten is “zoekt en gij zult vinden.. klopt en u zal opengedaan worden... “ maar ook gewoon de duidelijke opdracht “bekeert u”. Tegelijkertijd staat er ook dat wij onszelf niet kunnen bekeren, dat God het is die ons moet bekeren. Hoe kunnen beide dingen nou waar zijn, terwijl het toch zo verschillend is? Hoe kan de opdracht zo actief gericht zijn, maar hoe kan het dat daarna het idee wordt geschetst dat het zo passief is?


Ik moet altijd denken aan het (wellicht bekende) voorbeeld van de mijnwerkers in Chili (2010). Een groep mijnwerkers zat toen vast onder de grond. Uiteindelijk liet men van bovenaf een kooi naar beneden zakken, waarin de mijnwerkers konden stappen om zo naar boven te komen. Geen van die mijnwerkers zou later zeggen dat ze zichzelf hebben gered. Terwijl ze wel zelf in waren gestapt. Waarom?

Het initiatief van de redding kwam namelijk van boven. Waren ze niet ingestapt, dan waren ze wel door eigen schuld verloren gegaan, want de mogelijkheid tot redding was hun wel aangeboden. Begrijp je hoe het een beetje zit..? Wanneer je gered wordt is het 100% genade, want het initiatief komt niet uit ons. Maar wanneer we verloren gaan, is het 100% eigen schuld: Omdat wij ‘niet zijn ingestapt’ (om even door te gaan op het eerder genoemde voorbeeld).


Maar wat vraagt God van ons? Hij vraagt dat wij in Hem geloven. Dat wij geloven dat Hij 3-enig God is. Dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft naar deze wereld voor de zonden van de mensen. Hij vraagt ons ‘amen’ op Zijn Woord. Hij vraagt van ons dat we ons tot Hem keren omdat wij Hem nodig hebben. Hoe komen we erachter dat we Hem nodig hebben? En hoe weten we dat we tot Hem kunnen komen? Is Hij er voor iedereen?


Bovenstaande vergelijk ik met onderstaand voorbeeld: Er is een dokter binnen een dorpje. Is die dokter er voor het hele dorp? Jaa! Maar gaat iedereen die ziek is naar die dokter toe? Nee! Iemand gaat pas naar de dokter wanneer diegene echt denkt dat hij/zij ziek is. Laten we dit nu vertalen naar Jezus: er is een gestorven Zaligmaker voor heel de wereld. Betekend dit dat heel de wereld bekeerd zal worden? Nee: want niet heel de wereld denkt Hem nodig te hebben. Dit doet dus niet te kort aan het zaligmakende werk van Christus, want er heeft aan het kruis genoeg bloed gevloeid voor de hele wereld.


Maar hoe kom je dan wel tot Hem? God heeft ons middelen geven : Zijn Woord, Zijn knechten, de prediking, het gebed. Het zijn niet zozeer de middelen tot bekering: er is maar 1 middel; het bloed van Jezus Christus. Maar het zijn wel de middelen waardoor Hij de bekering wil schenken. Want daarin spreekt Hij tot ons, tot jou. Daarin wil Hij jou laten zien hoe zondig je bent, maar ook hoe heerlijk Hij is. Hij wil laten zien dat wij Hem nodig hebben. Hoe God dit werkt is per persoon verschillend, gelukkig! Maar dat Hij het wil werken is een ding dat zeker is.


Bovenstaande zou dus niet iets moeten zijn waardoor we gaan zitten en afwachten. Het zou ook niet iets moeten zijn waardoor wij een onmogelijk hoge muur opbouwen tot God en ons. Nee, het zou ons des te meer moeten doen zoeken, bidden en vluchten tot God. Er is zaligheid te verkrijgen, door het offer van Jezus Christus. Hij heeft Zijn Zoon gezonden, niet omdat wij Hem verdienen maar omdat Hij ons de bekering wil schenken. Heb jij Hem nodig...?


Het wachtwoord der hervormers


Eens was ik een vreemd’ling voor God en mijn hart; Ik kende geen schuld en gevoelde geen smart. Ik vroeg niet: Mijn ziel, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?


Al sprak daar een stem uit de Heilige Blaân Van ’t Lam, met de zonden der wereld belaân, Ik zocht bij de kruispaal geen veilige wijk, ‘k stond blind, en van verre, in mijzelven zo rijk.


Ik deed als Jeruzalems dochters weleer: Ik weende om de pijn van mijn lijdenden Heer, En dacht er niet aan, dat ik-zelf door mijn schuld Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.


Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt, Toen werd in mijn ziele de vreeze gewekt. Toen voelde ik wat eisen Gods heiligheid deed: Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed!


Toen vluchtte ik tot Jezus! Hij heeft mij gered; Hij heeft mij verlost van het vonnis der Wet; Mijn heil en mijn vrede en mijn leven werd Hij: Ik boog me, en geloofde, en mijn God sprak mij vrij.


Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis, Dat Christus-alleen mijn gerechtigheid is! Nu tart ik de dood, nu verwin ik het graf, Nu neemt mij geen satan de zegenkroon af!


Nu reis ik getroost onder ’t heiligend kruis, Naar ’t erfdeel daar Boven in ’t Vaderlijk huis: Mijn Jezus geleidt mij door de aardse woestijn: Gestorven voor mij! Zal mijn zwanenzang zijn!

288 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Vaccinatie

Contact
  • Facebook
  • Instagram

©2020 Mijn Geloofsreis